Mail ons op:
 
Mediamening van
Sander Wieringa




Sander Wieringa is oud-hoofdredacteur
en sinds 2002 eigenaar van bdrp.


Follow swiertweet on Twitter

Ministeries met een doel

Zoals het er naar uitziet worden de ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie samengevoegd tot een nieuw Ministerie van Veiligheid. Aan die nieuwe naam zijn we snel gewend geraakt. Het is een goed idee om nieuwe ministeries een naam te geven die het doel van de organisatie verwoordt, in plaats van het vrijblijvende werkterrein (‘binnenlandse zaken’, ‘justitie’). Een doel geeft je een missie en op een doel kun je afgerekend worden. Tien kernministeries wil Paars Plus. Hier mijn suggesties voor de tien nieuwe namen: Overzicht (AZ), Veiligheid, Vrede, Financiën, Welvaart, Inkomen, Ruimte, Welzijn, Kennis, Gezondheid. Als we dat allemaal krijgen van het kabinet hebben we niks te klagen. 15 juli 2010


Overschat niet het debat
Hoe moet je nou zo'n verkiezingsdebat beoordelen zoals gisteravond op RTL? Niet zoals het panel met gelegenheidsdeskundo's deed. Want die wezen behalve Rutte ook Wilders en Balkenende als 'winnaars' aan, terwijl de kijkers die twee het slechtst vonden. Hoe werkt het met dit soort optredens? In de tijd dat ik beroepshalve sprekers beoordeel heb ik geleerd dat het veel ingewikkelder is dan je denkt. Want je hebt de act en je hebt de impact, twee heel verschillende dingen. De act is wat de spreker doet, de impact is wat de ontvanger doet. Zo'n debat is dus geen voetbalwedstrijd, zoals RTL het zei. Bij voetbal telt alleen de act: je scoort en hij zit. Zo'n debat is voetbal waarbij een jury de winnaar aanwijst. Dan gaat het dus ineens om heel andere factoren dan alleen de goals. Een andere misvatting is de mythe van de 'enige indruk'. Kijkers beoordelen een debat nooit geïsoleerd. Iedereen heeft al een mening over de vier lijsttrekkers. Bij het kijken zoek je vooral naar bevestiging van die mening. Rutte maakte geen fouten maar praatte slecht: veel te veel woorden, zijn 'wankelwiebel' met het bovenlijf. Maar Rutte zit door het financieringstekort in de lift en we stemmen graag op een winner. Cohen was timide en zag er slecht uit. Maar veel kiezers zien hem als de enige die rechts uit het kabinet kan houden en als de enige die je enigszins kunt vertrouwen. Dus vonden velen hem best goed. Wilders was weer de scherpste debater maar bijna iedereen ziet hem als een gevaar voor het land. En Balkenende: ach, hij strijdt niet tegen zijn opponenten maar tegen zijn eigen verleden. Niemand wil hem nog een keer als premier. Balkenende en Wilders konden daarom geen goed doen. Overschat dus niet het debat in een democratie. De sprekers kunnen zeggen wat ze willen maar hebben het daarom nog niet voor het zeggen. Het volk beslist. 25 mei 2010


Oorvijg voor media, maar leren ze ervan?

De hele Nederlandse journalistiek kreeg van de samenleving een gevoelige draai om de oren, vanwege de berichtgeving over Ruben. Vooral de Telegraaf, maar ook de NOS, andere omroepen en kranten. Want vrijwel zonder uitzondering waren ze daags na de ramp op Ruben gedoken. Zoals het Brabants Dagblad - de krant van Rubens woonplaats - dat een knots van een fotoportret van de doodzieke jongen op de één plaatste, met een telefoongesprek met zijn oma en een profile van zijn moeder erbij. Natuurlijk voor- en achternaam, straatnaam en naam van de basisschool. De meeste journalisten zouden het gewraakte telefoongesprek van de Telegraaf met Ruben wat graag zelf gevoerd hebben en zonder meer gepubliceerd. Een scoop! Veel hoofdredacteuren kwamen een dag later - na de Twitterstormloop tegen de Telegraaf - met verschrikte verklaringen. "Het nieuws moest een gezicht krijgen", was het vergoelijkende argument. Dat was dus geen argument maar een bekentenis, vind ik. Want dat was nou net de kritiek, die ruim 70 procent van de Nederlanders deelt, blijkt uit enquête. Je moet zo'n slachtoffer níet met gezicht en identiteit in het nieuws brengen. Overigens staat dat ook in veel stijlboeken en redactiecodes: terughoudendheid met beelden en identiteit van slachtoffers en nabestaanden. Intussen lijkt de boodschap wel aangekomen: de media zijn voorzichtiger geworden met Ruben en zijn omgeving. Niet omdat de redacties het eens zijn met de kritiek - de 'waakhond' is wezenlijk veranderd in een hyena - maar omdat ze vrezen voor de druk van de massa. Bij de volgende 'schokkende gebeurtenis' zal het vast weer mis gaan. Waren er die eerste dag in Tripoli maar goede voorlichters geweest om Ruben af te schermen. Journalisten vinden dat voorlichters hun het werken onmogelijk maken. Maar je ziet waar je uitkomt als ze er niet zijn. 15 mei 2010

De TV Draait Door: niet altijd zo leuk
De Wereld Draait Door bestaat vijf jaar en dus ook het hilarische programmaonderdeel De TV Draait Door. Televisiefragmenten waarin iets fout gaat of iemand zichzelf te kakken zet. Lachen, zonder meer! Ter gelegenheid van het lustrum mag de kijker de allerbelachelijkste filmpjes aanwijzen in een competitie. Als bekende Nederlanders, televisiepersoonlijkheden, autoriteiten en bewust aanwezige gasten van tv-programma's iets doms doen of iets geks, dan is het prima dat we dat moment nog eens massaal kunnen herbeleven. Maar is dat ook zo prima bij gewone mensen, die tegen en wil en dank zijn gefilmd en die zich per ongeluk pijnlijk te kijk hebben gezet? Zoals die man die in een regionaal programma vertelt over zijn decennialange logboek met weergegevens en dan klaagt dat het dagboek van Anne Frank veel korter was maar veel meer aandacht krijgt. Oeioeioei, wat een lul! Of bejaarde dames die van toeten of blazen weten, zonderlinge types die overvallen werden door Man Bijt Hond en zichzelf herhaaldelijk terugzien bij DWDD. Iedereen lacht erom en velen lachen ze echt uit, ook in hun dorp of stad. Wat wij leuk vinden vinden zij zelf waarschijnlijk verschrikkelijk. Die onbekende mensen hadden kunnen eisen dat ze hooguit onherkenbaar in beeld zouden komen, op grond van het zogenaamde portretrecht en het recht op privacy - verkeerszondaars in Blik op de Weg claimen dat wel vaak en de programmamakers moeten daar gehoor aan geven - maar lang niet iedereen is zo scherp. Ik vind dus dat gewone mensen die niet de tv opzoeken maar door de tv werden opgezocht niet herkenbaar in belachelijke of compromitterende situaties op tv moeten worden gegooid. Al is het nog zo komisch, het is gauw 'ten koste van...' en daar mag de VARA niet onverschillig bij zijn. 8 mei 2010

Social media nog peanuts voor concerns
Evangelisten van de social media bestoken ons in hun presentaties met miljoenenaantallen. Hyves, Facebook, Twitter, LinkedIn: miljoenen mensen wisselen er berichten uit. Dat zal best. Maar voor bedrijven stellen deze media nog weinig voor. Ik heb simpelweg eens geteld hoeveel followers de Twitter-accounts van de tien grootste Nederlandse ondernemingen hebben: in totaal iets meer dan 23.000. Dat is gemiddeld 2.300 followers per concern. Shell en Philips springen er uit met 6900 en 5300 followers. Maar Ahold, Akzo, Aegon en Reed Elsevier komen niet boven de 500. Ik heb de corporate Twitter accounts en de officiële accounts van de grootste landenorganisaties opgeteld, niet die van speciale aandachtsgebieden als afzonderlijke producten, banen en sponsoractiviteiten. Hoe dan ook, berichten van de afdeling corporate communicatie bereiken via de social media relatief nog zeer weinig adressanten. Ter vergelijking: een bericht in het Financieele Dagblad bereikt 65.000 abonnees, de Financial Times heeft wereldwijd een bereik van liefst 1,4 miljoen lezers. Radio en tv komen bij nog veel meer publiek. De social media goeroes zullen terecht bezwaar maken tegen deze appels-en-peren-vergelijking. Social media zijn geen pr-doorgeefluiken. Het zijn sociale netwerken van mensen, niet van bedrijven. Klanten, medewerkers, buurtbewoners, gebruikers van producten. De kunst is om daar vanuit corporate communicatie dus menselijk, persoonlijk op te reageren. Van zenden naar converseren noem ik dat. Maar dan nog: qua aantallen valt het in het niet bij de oude massamedia. 13 april 2010

De Gerda: fout ding
Veel boze burgers, een spoeddebat in de Kamer, een aanvaarde Motie van Treurnis, een spijtige minister: er was veel te doen over 'de Gerda', een glossy magazine van LNV als bijlage bij een aantal vrouwenbladen. In kringen van communicatieadviseurs woedt de discussie voort. Was het nou wel of geen leuke en effectieve overheidscommunicatie? Die vraag is niet zo relevant, vind ik. Het handelen van de overheid - dus ook de voorlichting - is gebonden aan strenge regels. Terecht, want we hebben maar één overheid, het gaat van onze centen en het raakt ons allemaal. De voorlichting is geregeld in de Uitgangspunten Overheidscommunicatie, die zijn gebaseerd op de Principia in de Voorlichting, beide van het Ministerie van Algemene Zaken. Met de Gerda zijn deze regels overtreden op meerdere punten: verkapte beïnvloeding, niet goed herkenbaar als afkomstig van de overheid, gericht op persoonlijke image building van bewindspersoon, niet feitelijk en zakelijk. De Gerda is gewoon niet de bedoeling van overheidscommunicatie die 'terughoudend' dient te blijven. Zeker nu, met een demissionair kabinet. Van de uitgangspunten mag afgeweken worden, maar alleen met instemming van de VoorlichtingsRaad. En die was hier niet in gekend, bleek uit antwoorden van Balkenende. Het is overigens flauw om weer de voorlichters de schuld te geven. Minister Gerda Verburg stond nadrukkelijk vermeld als 'hoofdredacteur' van de Gerda. Het was háár ding. Fout ding dus. 17 maart 2010

"Te veel voorlichters!" Daar gaan we weer...
Zelfs het vakblad Communicatie van deze maand kwam met het verhaal dat er te veel overheidsvoorlichters zijn. Die kosten te veel geld en maken het de media te lastig. Het mes erin! Dat verhaal - het is een 'complot tegen de waarheid'! - is hardnekkig. Ook Sjuul Paradijs, allerlei andere journalisten en de Commissie Brinkman kwamen ermee en Kamerleden hebben het overgenomen. Maar het is een mythe. In 2004 gelanceerd door prof. Van Vree. Ze kunnen niet tellen, zei Betteke van Ruler er jaren geleden al over. Hoe zit het? In 2005 (laatste telling) waren bij de Rijksoverheid 867 FTE's als communicatiemedewerker in dienst en dat aantal neemt jaar op jaar af. Dat waren alle communicatiefuncties, dus ook voor websites, drukwerk, publieksvoorlichting, enz. De echte persvoorlichters en woordvoerders staan nu gewoon allemaal genoemd op de websites van hun ministeries. Ikzelf telde er eind 2009 zegge en schrijve 125, verdeeld over 13 ministeries. En daar staan volgens het perscentrum Nieuwspoort 250 Haagse verslaggevers tegenover. Met een veelvoud aan landelijke politieke redacteuren en scribenten die allemaal altijd en stante pede antwoord willen op hun vragen aan de ministeries. Maar die feiten - waarom heeft Communicatie het niet nageteld? - passen niet in de mythe. Ik zou zeggen: voorlichters, vertel hoe het zit. Anders word je links en rechts weggeschoffeld! 9 maart 2010

Niet de knikkers maar het spel
Het komt niet vaak voor dat in een talkshow twee mensen tegenover elkaar zitten die elkaar helemaal door hebben. Maar maandag gebeurde het in DWDD. Aan de ene kant van de tafel Felix Rottenberg, aan de andere kant Jack de Vries. Alle twee politicus, alle twee ook spindoctor. Rottenberg analyseert politieke uitspraken, De Vries bedenkt ze, voor Balkenende. Ze gaven elkaar geen millimeter. Spraakwaterval Matthijs van Nieuwkerk kwam er niet aan te pas. Maar juist omdat beide mannen precies op dezelfde golflengte zaten staken ze volgens mij ook veel van elkaar op. Ik zag ze beide scherp praten maar ook gespitst luisteren. Het was een vibrerend gesprek zoals je ze zelf ook wel eens hebt, bijvoorbeeld op het werk als je met iemand praat die precies weet wat jij bedoelt. Dan gebeurt er ineens veel.
Het interessante aan het gesprek was de dubbele laag. De Vries – staatssecretaris en bewindspersoon – probeerde elke keer bij de inhoud te blijven: wat is er gebeurd, wie heeft wat gedaan, wie had er gelijk? En Rottenberg probeerde het telkens naar een hoger plan te trekken: waarom zeggen jullie dit, wat steekt hier achter? De Vries: “Het CDA wil Wilders niet uitsluiten, dat is niet goed”. Rottenberg: “Maar waar zijn jullie op uit? Het CDA is hierover toch verdeeld?” Hij vroeg zijn opponent om de kaarten te tonen die deze stijf voor de borst hield.
Politici proberen altijd over ‘de inhoud’ te praten, terwijl waarnemers – Rottenberg maar ook het kiezerspubliek – steeds scherper het hogere niveau in de smiezen hebben. Niet zozeer: heeft deze spreker inhoudelijk gelijk, maar: wat gebeurt hier en waarom? Hoe meer informatie we voor onze kiezen krijgen, hoe meer we de interpretatie op metaniveau zoeken. Als we een idee hebben van wat het motief is van een spreker  en snappen hoe hij opereert kunnen we de inhoud veel makkelijker een plek geven. “Ja, hij zegt dat omdat …” En klaar.
Daarom zijn meta-opmerkingen in discussies ook vaak zo sterk. “U liegt en bent niet eerlijk”, bezorgde destijds Balkenende verkiezingswinst en Bos verlies. Dat ging niet over de knikkers maar over het spel. We gaan er in de campagnes veel meer van horen, let maar op. 23 februri 2010

Hoe gaat het CDA dit spinnen?
Het kabinet zal hoogstwaarschijnlijk vallen over Uruzgan. Als communicatieman ga je dan kijken hoe de politici dat verbaal gaan uitleggen aan hun kiezers. De PvdA zit snor: "Wij komen gemaakte afspraken - vertrekken uit Uruzgan en voor 1 maart beslissen - na." Rechte rug, niet draaien, duidelijk. Het CDA moet spinnen. Mogelijkheden genoeg, want het debat gaat over twee aspecten. Een inhoudelijk aspect: moeten we daar een rol spelen? En een procedureel aspect: kunnen we daarover voor 1 maart beslissen? Met beide punten kan het CDA iets doen. Inhoudelijk: "We hebben daar een grote verantwoordelijkheid op ons genomen." Procedureel: "We hebben nog onvoldoende inzicht want de krijgsmacht moet nog advies geven." En nog een procedureel aspect: "We maken ons onmogelijk bij de Nato en in Washington, die zien ons straks niet meer staan." Dat laatste is natuurlijk vooral het probleem van Maxime Verhagen. Probleem voor het CDA is dat hun verhaal veel ingewikkelder is dan dat van de PvdA. De kunst is om het verder te versimpelen. Maar let op: daar gaat Jack de Vries voor zorgen! Binnenkort in dit theater. 18 februari 2010

Hoe gaat het CDA dit spinnen II ?
Intussen begint de spin van het CDA zich al af te tekenen. Op de radio hoorde ik oud-CdS Dick Berlijn munitie aandragen. Een aanval uit de flank. Want Berlijn verwijt de PvdA:. "Het gaat ze alleen om electoraal gewin". Dit is een bekende discussietruc. Als de inhoudelijke kritiek lastig is gaan we de integriteit of geloofwaardigheden van de spreker aanvallen. Dat leidt mooi af van de inhoud. Let op: die gaan we terughoren bij het CDA en de rest. Het prucedureargument - 'afspraken zijn afspraken' - wordt afgedaan als halsstarrigheid. Nieuwe omstandigheden rechtvaardigen nieuwe standpunten. Verder prees Berlijn de VVD en D'66 omdat deze wel willen meedenken aan beleidsverandering. Ook een opmerkelijke: hier wordt gehint op een nieuwe kamermeerheid. Waar is Dick Berlijn mee bezig? Hoe dan ook, de PvdA is er nog niet klaar mee. "Afspraak is afspraak" is sterk maar te beperkt. De PvdA zal ook inhoudelijk - hoe helpen we Afghanistan verder? - met een beter verhaal moeten komen.

Natuurlijk hebben de getuigen geoefend
Niet alleen de ondervragers van de Commissie De Wit krijgen kritiek in de media, ook de ondervraagden moeten het ontgelden. Terugkerend kritiekpunt: ze hebben zich laten trainen en daardoor waren de optredens te goed, maar niet meer 'authentiek'. Vooral Noud Wellink trof dit verwijt. Wellink kweet zich inderdaad goed van zijn taak en hij had zich duidelijk goed voorbereid. Wat is daar tegen? Had hij dan moeten hakkelen, stotteren, stilvallen, liegen, door de mand vallen, snikken of stikken? Dat had ongetwijfeld mooie gespreksstof opgeleverd bij de koffieautomaat. "Heb je gezien hoe Wellink afging?" Zulke intellectueel bloeddorstigen passen er wel voor op om zelf onvoorbereid aan een presentatie te beginnen. Want 'public speaking' is nog steeds de grootste angst van de professional en je moest eens weten hoeveel er thuis voor de spiegel wordt geoefend. Ook degenen die naar de Commissie De Wit moesten - geen alledaags genoegen en er hangt veel vanaf - hebben zich natúúrlijk goed voorbereid. Dat kan niemand hen kwalijk nemen. 6 februari 2010

Commissie De Wit verkeerd beoordeeld
O, wat was die Commissie De Wit waardeloos! Dat lezen we in allerlei nabeschouwingen, nu de openbare gesprekken van de tijdelijke onderzoekscommissie naar de kredietcrisis zijn afgelopen. De commentatoren klagen dat de commissieleden er geen bal verstand van hadden, niet doorvroegen, zich met een kluitje in het riet lieten sturen. De commentatoren zijn allemaal journalisten die eigenlijk alleen willen uiten dat zíj het natuurlijk veel beter hadden gedaan dan de commissieleden. Ze hebben de ondervragers van de commissie vooral langs hun eigen journalistieke maatlat gelegd. Daarmee laten ze merken dat ze het verschijnsel parlementair onderzoek niet goed begrijpen. De gesprekken van de commissie waren om te beginnen geen talkshows waarin het erom ging wie de ander klem kon zetten. Het doel was om betrokkenen en deskundigen hun kijk op de materie te laten geven. Niet meer en niet minder. De gesprekken waren ook geen journalistieke interviews waarin het erom ging om 'de waarheid' te onthullen. Het doel was om de verschillende zienswijzen te verzamelen. En de gesprekken waren geen tribunalen, waarin het erom ging om schuld te bekennen. Deze gesprekken waren slechts één fase in het proces van de commissie. Aan deze fase gingen een studiefase en een besloten gespreksfase vooraf. En er volgen nu een analysefase, een rapportagefase en een verantwoordingsfase. Televisiejournalisten doen dat meestal allemaal in één uitzending die dus een geheel andere aanpak heeft en die daardoor helaas meestal veel oppervlakkiger en tendentieuzer is. Een punt van kritiek is wel terecht. Volgens mij hebben de commissieleden veel gehoord wat ze niet goed begrepen. De gesprekstartners vluchtten vaak in jargon en veronderstelden veel bekend. Het wás ook ingewikkeld. Regelmatig hadden de leden gewoon om verduidelijking moeten vragen: "Wat bedoelt u, ik begrijp het niet". Daar geneerden ze zich blijkbaar voor. En dat was zwak. 5 februari 2010

Zilveren camera verlegt grens
Fotojournalist Pim Ras won de zilveren camera met zijn foto over 'Apeldoorn'. Inderdaad, knappe toevalstreffer. Met deze foto werden wel grenzen verlegd. Namelijk dat slachtoffers van verkeersongevallen niet groot in beeld worden gebracht. Of dat verdachten van misdrijven onherkenbaar worden gehouden. Het verleggen van deze grenzen wordt nu met een prijs beloond. Dat is niet iets om blij mee te zijn.
25 januari 2010

TV-actualiteiten wordt 'n zootje
Dit najaar gaan de actualiteitenprogramma's op de schop. We kijken straks naar een dagelijkse Telegraaf-ontbijtshow van WNL, naar nieuwe opinieprogramma's van Vara, EO, KRO, NCRV en WNL, naar een dagelijkse 'scherpe' late night nieuwsshow van PowNed en naar een neutraal nieuwsuur van de NOS tussen tien en elf. Bereid u voor op nog veel meer telefoontjes van televisieredacteuren, op meer verzoeken om exclusiviteit, pressie om te verschijnen en druk om te scoren. Want iedereen gaat weer concurreren en dat gaat - vrees ik - leiden tot meer heisa. Niet zozeer tot meer kwaliteitsjournalistiek, temeer omdat de budgetten kleiner worden. In de drang tot profilering zullen televisiereportages korter door de bocht gaan en harder invliegen. PowNed (voorheen GeenStijl) gaat journalistieke gedragscodes - voor zover die er zijn - aan z'n laars lappen. Maar we zullen het ermee moeten doen. 25 januari 2010

Alles openbaar?
Voorlichters twitteren. Dat merkte een journalist van het Dagblad van het Noorden die wat vragen had gesteld aan een Groningse politievoorlichter. Die voorlichter maakte daar een tweetje van. Journalist verontwaardigd: "Is elk gesprek nu ineens openbaar?". Dat vraagt een journalist zich af! Lees ook de reacties van de lezers die snappen hoe de informatiemaatschappij in elkaar zit. En onthoud de gedachte dat je op deze manier een aangelegenheid met een journalist publiek kunt maken. 28 december 2009

Te kakken
De Brabantse gedeputeerde Onno Hoes en zijn partner Albert Verlinde werden in het Brabants Dagblad geïnterviewd door Henri van der Steen. Een eet-interview, aan tafel met vier gangen. De interviewer doet dat elke week en het gesprek duurt een hele avond. Niet met Verlinde. Toen het tien minuten over de Brabantse zaken van Hoes ging was Albert het zat. "Ik zit hier voor lul bij! Je stelt mij geen enkele vraag!" En na nog wat gemopper vertrok Verlinde, met medenemen van de beteuterde Hoes. Het stond allemaal in de krant natuurlijk. Want wie zichzelf in een interview te kakken zet kan verwachten dat de verslaggever dat in geuren en kleuren etaleert. De moraal: bedenk van tevoren waar je aan meedoet. Doe het dan wel of doe het niet, maar niet half. En als een interview je niet zint, zeg dat dan maar loop niet weg.
20 december 2009

Plan de campagne
De Telegraaf is tegen de voorgenomen kilometerheffing. Dus hoe gaat dat? Bij de presentatie van het wetsvoorstel was de krant nog neutraal: "Km-prijs verjaagt filespook" luidde de kop. Die zaterdag 14-11 hield de krant een bliksemenquête via internet en daaruit bleek dat 62 procent van de invullers tegen waren. "Wantrouwen over heffing" werd het dus op 15-11. En de term 'spionagekastje' duikt op, een effectieve framing. Op maandag is de kop: "Werkenden zijn de dupe". De verslaggeving stoelt enkel op de reacties van lezers. Op dinsdag is het "Gevangenis dreigt bij kapot km-kastje", op woensdag "Staat gluurt mee". Telkens terugkerende bronnen van het nieuws zijn de Kamerleden Aptroot (VVD) en De Mos (PVV). Ook de cruciale ANWB wordt bewerkt met op donderdag een reactie van de Duitse ADAC: "Nederland, doe het niet!". Vrijdag de volgende doelgroep: "SUV-rijder dupe kilometerheffing", zaterdag weer een: "Forse extra kosten voor tweedehands autootjes" en maandag de werkgevers: "Extra kostenpost!". En zo voort. Zo voer je dus campagne: kies twee of drie thema's; bouw effectieve framing op, kom telkens met 'nieuwe' commentaren en pinpoint afzonderlijke doelgroepen. Leerzaam voor campagnevoerders. Met journalistiek heeft het weinig te maken. 1 december 2009

De Tegengraaf
Ik heb de laatste maand de Telegraaf dus nauwlettend gelezen en stel vast dat de krant onder hoofdredacteur Sjuul Paradijs stevig actie voert. Naar mijn schatting wordt soms wel twintig procent van de kolommen gevuld met actiejournalistiek, tegen tachtig procent gewone verslaggeverij. De acties richten zich niet alleen tegen het rekeningrijden, maar ook tegen het Openbaar Ministerie, Rechterlijke Macht, AIVD, TBS-systeem, milieubeleid, integratiebeleid, Belastingdienst, verkeersboetes, PvdA, GroenLinks, D'66, de (andere) publieke omroepen, de sterke overheid, de zwakke overheid, enzovoort. Zelfs tegen de 'groene Sint'. De Telegraaf is de Tegengraaf. Niets deugt er nog. Als nieuwsbron moet u rekening houden met dit Umfeld. Wie ook ergens kritiek op heeft doet er verstandig aan om een ander medium te kiezen. Want de Telegraaf maakt zo'n verhaal bij de serieuze doelgroepen minder geloofwaardig. 1 december 2009

Cordon voorlichters
En de Telegraaf is ook tegen u. Sjuul Paradijs vindt dat het "cordon van voorlichters, woordvoerders en spindoctors" gehalveerd moet worden. Want die bedreigen het recht op vrije nieuwsgaring. Dat verhaal over die tienduizenden sluwe voorlichters tegenover een handjevol dappere journalisten werd in 2004 gelanceerd door prof. Frank van Vree. Het ging een geheel eigen leven leiden. Ook in het boek De Communicatieoorlog - onder meer over de GPD-affaire - is er volop sprake van. Maar het is een mythe, een complottheorie. Betteke van Ruler maakte jaren geleden al korte metten met de cijfers van De Vree. Hoe zit het? Volgens een recente meting waren er in 2005 bij de Rijksoverheid 867 FTE's als communicatiemedewerker in dienst en dat aantal neemt jaar op jaar af. Dat waren alle communicatiefuncties, dus ook voor websites, drukwerk, publieksvoorlichting, enz. De echte persvoorlichters en woordvoerders staan gewoon allemaal genoemd op de websites van hun ministeries. Ik telde er zegge en schrijve 125, verdeeld over 13 ministeries. En daar staan volgens het perscentrum Nieuwspoort 250 Haagse verslaggevers tegenover. Met een veelvoud aan landelijke politieke redacteuren en scribenten die allemaal altijd en stante pede antwoord willen op hun vragen aan de ministeries. Maar deze feiten komen Paradijs niet te pas. Hé, op het verhaal van Paradijs op de site van de Telegraaf kan niet gereageerd worden, terwijl die site zo dol is op reaguurders...
1 december 2009


Meer mediameningen van Sander Wieringa